geselecteerd als gefixeerd bericht
derwent VERHUIST naar…
…derwent.web-log.nl
derwent VERHUIST naar…
…derwent.web-log.nl
Vanaf vandaag heb ik een nieuwe weblog. Ga naar: derwent.web-log.nl om mee te blijven lezen. Je vindt mijn teksten onder de noemer derwent WEBT.
Groeten Derwent
Ineens herinner ik me iets uit mijn jeugd. Ik moet een jaar of vijftien zijn geweest. Meneer VanderBildt, de leraar beeldende vakken, gaf onze klas de opdracht om een borstbeeld te maken van iemand die ons na aan hart lag. Hij zei: ‘Wanneer jouw bloed gaat stromen door het model dat je kiest, zal het beeld die warmte uitstralen.’ De klas lachte om de opmerking, maar ik voelde aan wat VanderBildt bedoelde en daarom koos ik ervoor om mijn moeder uit klei te vervaardigen. Ik scheurde voorzichtig een jeugdfoto van mijn moeder uit het fotoalbum en nam deze mee naar school. Ik bestudeerde de foto minutieus en ontdekte, tot mijn grote schrik, dat ik veel meer op mijn moeder leek dan ik had gedacht. We hadden gelijkende ogen, een neus van hetzelfde formaat en een exact dezelfde – stoute – fotolach. Dat gaf de opdracht een extra dimensie; ik wist dat ik niet alleen een beeld van mijn moeder zou maken, maar ook een beeld van mezelf. Urenlang kneed, vormde, deukte, bolde en schraapte ik de boetseerklei totdat ik een borstbeeld had gemaakt dat sterke gelijkenissen met de foto had. Mijn docent was zo onder de indruk van mijn kunstwerk dat hij me een tien gaf. De klas reageerde vol afgunst op de complimenten die meneer VanderBildt bleef geven. Toen we het lokaal verlieten vroeg Mike, de minst verfijnde jongen van de klas: ‘Verliefd op je moeder?’ Twee dagen lang was dat de running gag op school. Dat kon mij niets schelen. Trots nam ik het borstbeeld mee naar huis en ik verheugde me op de blijde reactie van mijn ouders. Wat zouden ze blij zijn met het beeld. Maar toen ik ‘s avonds tijdens de maaltijd het borstbeeld aan mijn ouders liet zien, zei mijn moeder slechts: ‘Leuk hoor.’ Mijn vader knikte en vroeg: ‘Kun je de appelmoes even aangeven?’ Na het eten sloeg ik het borstbeeld met een hamer in honderd stukken en ik begroef de scherven achter in de tuin.
Ongeveer zo, voel ik me nu weer. Theo is langs geweest met het ontbijt, maar hij reageerde nauwelijks op mijn besluit om het verhaal op papier te zetten. Hij lachte kort en ik heb het idee dat die lach eerder spottend dan bemoedigend bedoeld is. Het irriteert me dat hij ineens zo afstandelijk doet. Hij klopte niet aan voordat hij het luikje in de deur opende en toen ik vertelde tijdens mijn laatste week niet meer naar de binnenplaats zou gaan, zei hij koeltjes: ‘Wel zo veilig, Mozart.’ Hij schoof het bord naar binnen en vertrok. Geen praatje dit keer.
Afgelopen vrijdag voerde ik een gesprek met mijn collega Frits Hartman over tevredenheid in het leven. Ik ben altijd een beetje bang dat ik (later) op mijn sterfbed zal zeggen ‘had ik maar ooit eens…’ om te vervolgen met iets wat ik nu nog niet weet. Bijvoorbeeld: had ik ooit maar eens… een wereldreis gemaakt / …een kind gehad / …een huwelijksaanzoek gedaan / …een boek geschreven / …de stap genomen om beroepsschrijver te worden / …een euthenasieaanvraag ingediend.
Frits wist mij met overtuiging (ik bedoel: hij was overtuigd van zijn eigen woorden) te vertellen dat ik me die vragen later nooit zal stellen, omdat ik nu eenmaal het type mens ben dat doet wat hij wil doen. Bovendien zei hij: “Het is overduidelijk dat je een leraar bent. Of je dat nu wilt of niet, je bent leraar in alles wat je doet.”
Ik ben het met hem eens dat ik redelijk voldoe aan de profielschets van een leraar. Toch zie ik mezelf ook echt als schrijver (die nog moet debuteren/die nog tot wasdom moet komen). Soms maalt de vraag door mijn hoofd: ben ik meer een leraar of ben ik meer een schrijver? Ik heb besloten binnen een jaar een antwoord op deze vraag te hebben.
Bedankt Frits!
Afgelopen vrijdag voerde ik een gesprek met mijn collega Frits Hartman over tevredenheid in het leven. Ik ben altijd een beetje bang dat ik (later) op mijn sterfbed zal zeggen ‘had ik maar ooit eens…’ om te vervolgen met iets wat ik nu nog niet weet. Bijvoorbeeld: had ik ooit maar eens… een wereldreis gemaakt / …een kind gehad / …een huwelijksaanzoek gedaan / …een boek geschreven / …de stap genomen om beroepsschrijver te worden / …een euthenasieaanvraag ingediend.
Frits wist mij met overtuiging (ik bedoel: hij was overtuigd van zijn eigen woorden) te vertellen dat ik me die vragen later nooit zal stellen, omdat ik nu eenmaal het type mens ben dat doet wat hij wil doen. Bovendien zei hij: “Het is overduidelijk dat je een leraar bent. Of je dat nu wilt of niet, je bent leraar in alles wat je doet.”
Ik ben het met hem eens dat ik redelijk voldoe aan de profielschets van een leraar. Toch zie ik mezelf ook echt als schrijver (die nog moet debuteren/die nog tot wasdom moet komen). Soms maalt de vraag door mijn hoofd: ben ik meer een leraar of ben ik meer een schrijver? Ik heb besloten binnen een jaar een antwoord op deze vraag te hebben.
Bedankt Frits!
Het zijn weer mieterse mapjesdagen op het Bornego College. En dat is goed nieuws. Want als jij nu twee dossiers inlevert voor het verstrijken van de deadline, dan bespaar je maarliefst anderhalve herkansing. En met die besparing kun jij je voordeel doen. Wie wil dat nu niet?
Hoe doe je mee?
Meedoen is simpel. In zes weken tijd, maak je voor het vak Nederlands twintig opdrachten uit het boek Taaldomein. Dat zijn nog geen vier opdrachten per week! Daarnaast schrijf je een tekst van ongeveer 500 woorden, waarna je aan een klasgenoot vraagt jouw pennenvrucht te beoordelen. Op basis van de commentaren herschrijf je het artikel. Uiteindelijk lever je de eerste versie, de beoordeling en de tweede versie (getypt) in. In een mooie map, een strakke snelhechter of met een nuttig nietje in de linkerbovenhoek. Zo eenvoudig heb je nog nooit iets verdiend!
Hoe druk je de deadline?
De deadline is keihard. De leraar niet. Dus ben jij nog niet helemaal klaar met jouw mapje, gebruik dan een van de onderstaande smoezen. Trek een stalen gezicht en volhard in de smoes van jouw keuze. Gedraag je als een slachtoffer en niet als de brenger van slecht nieuws. De smoezen zijn verzameld door experts die iedere periode een belangrijke rol vervullen tijdens de mieterse mapjesdagen. Maak een keuze en sms het smoesnummer naar 9090. Dan ontvang jij binnen vijf minuten een uitgebreide smoeshandleiding.
Smoezen:
Smoes A. Ik zou gisteravond de tekst typen, maar mijn moeder heeft per ongeluk de computer geformatteerd.
Smoes B. Ik zou gisteravond de tekst typen, maar ons toetsenbord doet het niet meer. Mijn broertje heeft er cola op laten vallen. Alle toetsen plakken aan elkaar.
Smoes C. Ik zou gisteravond de tekst typen, maar we gaan binnenkort verhuizen, dus mijn vader heeft de computer al ingepakt.
Smoes D. Ik heb gisteravond de tekst getypt, maar onze printer deed het niet en het internet lag eruit, de diskettedrive is geblokkeerd en mijn USB-stick lag in mijn kluisje op school. Mag ik de tekst morgen inleveren?
Smoes E. Ik heb mijn dossier al tijden af en net vandaag heeft mijn oudere zus, die vorige jaar bij u in de klas zat, mijn dossier weggegooid. Ze dacht dat het haar map was en aangezien ze vorig jaar haar diploma heeft behaald….
Smoes F. Ik wil best mijn map inleveren, maar ja, de mediatheek zit zo vol als een potje met peren. Als school geen faciliteiten biedt, kunt u natuurlijk niet van mij verwachten …..
Smoes G. Ik heb al weken het mapje in mijn tas en net vandaag heb ik even een andere tas mee. Mag ik de map morgen ook geven?
Smoes H. Hoezo de tweede versie getypt? Waar staat dat? Ik heb het niet zien staan!
Smoes I. Ik heb het wel af, maar niet bij me. Mijn moeder heeft mijn kamer opgeruimd en nu is mijn map zoek. Ik wil mijn moeder wel even bellen, dan vertelt ze het u zelf wel even.
Smoes J. Nee, ik heb geen eerste versie. De eerste versie schrijf ik altijd in mijn hoofd en als ik dan begin te typen, herschrijf ik de tekst meteen.
Smoes K. Onze hond eet inderdaad papier, ja!
Smoes L. Ik baal er ook van dat ik mijn werk niet af heb. Maar vertel, wat gaat U er aan doen om dit op te lossen?
Smoes M. Ja, in de studiewijzer staat inderdaad dat ik twee versies moet inleveren, maar ik dacht ‘dat bedoelt mijn leraar vast niet zo letterlijk.’
Smoes N. Studiewijzer? Nooit gekregen!
Smoes O. Ohhhh, is DIT een studiewijzer?!
Smoes P. Ik wel een dossier gemaakt, maar ik heb niet begrepen dat ik de map bij u moest inleveren.
Smoes Q. Nee, ik heb geen getypte tweede versie. Wij geloven thuis niet in computers.
Smoes R. U heeft de deadline bepaald, dus doe nu niet alsof het mijn probleem is.
(Aan de gegeven smoezen kunnen geen rechten worden ontleend. Behaalde resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.)
(Ik persoon zit al twee jaar in death row en herinnert zich – een week voor zijn executie – belangrijke gebeurtenissen uit de afgelopen drie jaar. Onderstaande tekst is een fragment uit het hoofdstuk waarin hij zich de dood van zijn moeder herinnert. Vandaag tijdens een tussenuur geschreven, dus vers van de pers.
)
Copyright by d.christmas
Toen de winter op zijn hoogtepunt was, stierf mijn moeder. Op een ijsblauwe dinsdagmorgen, vlak na het ontbijt, zakte ze zonder vooraankondiging ineen toen ze de broodkruimels uit het tafelkleed klopte. Mijn vader zag het gebeuren. Hij stond voor het raam toe te kijken hoe zijn vrouw met een elegant slingerende beweging de kruimels de sneeuw in wierp (‘misschien komen er vogels op af,’ waren haar laatste woorden) en vervolgens zijwaarts neerviel. Hij rende naar buiten, schudde aan het logge lichaam, ontwaarde dat er geen kouwelijke ademwolken meer uit haar mond kwamen en maakte daarna de fout van zijn leven. Hij snelde niet onmiddellijk naar de telefoon, maar rende naar het huis van de buren, bonkte in paniek keihard op de ramen, nadat hij ontdekte dat de achterdeur op slot zat. Kostbare seconden gingen verloren. De buurman liet even op zich wachten (sleutel uit het sleutelkastje halen, schoenen aandoen) en toen ze na vijf minuten bij het levenloze lichaam van mijn moeder aankwamen, was het eigenlijk al te laat. De ambulancebroeder vond het nodig in het ziekenhuis nog even tegen mijn vader te zeggen dat hij had moeten bellen voordat hij bij de buren hulp ging halen. Dan was reanimeren nog mogelijk geweest. Die opmerking neem ik de broeder kwalijk. Een mens met schrik in het hart denkt anders dan een mens met passie voor z’n vak.
Vier dagen later stond ik naast mijn vader aan de rand van het graf. Het was nog altijd koud maar de zon scheen laag door de kale boomkruinen heen en liet de ijskristallen op de grafstenen schitteren. Mijn vader tuurde schijnbaar onbewogen het donkere gat in.
‘Het is een mooi gat geworden, vind je niet?’ vroeg hij.
‘Ja,’ antwoordde ik, ‘het is een strak gat.’
We keken elkaar aan en moesten beide even een lach onderdrukken. Dat ging mijn vader slecht af. De hele week was hij bang geweest dat de vorst het onmogelijk zou maken een fatsoenlijk graf in de ijzige aarde te graven. Hij belde drie keer met de begrafenisondernemer en een keer trof ik hem in de tuin aan met een schop. De geruststellende woorden van de uitvaartverzorger waren blijkbaar niet geruststellend genoeg.
(…)
Mijn vader vertelde me drie maanden geleden tijdens het bezoekuur, dat hij die winterweek heeft beleefd alsof hij dagen lang als een cameraman achter zichzelf aan liep. Tot op de dag van vandaag herinnert zich nauwelijks iets van alles wat hem in die week is overkomen. Eén ding weet hij nog wel. Toen hij me drie maanden geleden bezocht, zei hij ineens: ‘er waren inderdaad vogeltjes op de kruimels afgekomen.’
Vandaag ontving ik een prachtige reactie op mijn log van gisteravond. Leerling nummer nogwat schreef naar aanleiding van mijn tekst over een agent die mijns inziens z’n geloofwaardigheid verliest door veel te hard te rijden (op de snelweg van Heerenveen naar Leeuwarden): “Is het niet menselijk, dat een leraar Nederlands ook spelfouten maakt? Dat een arts (na een drukke dag werken) even toegeeft aan zijn verslaving en een sigaret pakt (ook al heeft hij het zijn patiënten afgeraden). Is het niet menselijk dat de diëtiste misschien zelf niet van het eten af kan blijven, maar anderen daar graag bij wil helpen? (En ga zo maar door.) Natuurlijk wordt het minder geloofwaardig, maar wie zegt dat die agenten (in die politieauto) niet snel ergens terplekke moesten zijn, in geval van misdrijf/overtreding o.i.d. Mensen zijn er om fouten te maken, geloofwaardig of niet. Agenten ook.”
De reactie geeft precies weer waar de schoen wringt. Een leraar Nederlands mag inderdaad best eens een spelfout maken (doe ik ook). Een dominee mag best eens vloeken (als hij daarna maar om vergeving vraagt). Ehhh, mag een jeugdwerker fantaseren over jonge meisjes in balletpakjes? Tja, die vraagt is al wat minder eenvoudig te beantwoorden. Maar vooruit, zolang hij z’n poten thuis houdt mag hij in zijn hoofd alles laten gebeuren. Leve de fantasie, zal ik maar zeggen.
Toch vraag ik me serieus af of een agent (die vanuit Heerenveen riching Leeuwarden rijdt (niet voor een spoedgeval, want als er in Leeuwarden iets onwettigs gebeurt roepen ze natuurlijk niet een agent op die vanuit Heerenveen /Grou/Akkrum moet komen. Zeker niet aangezien het regiokantoor van de politie Friesland in Leeuwarden is gevestigd.)) met een snelheid mag rijden die de gemiddelde burger het rijbewijs kan kosten wanneer hij aangehouden wordt (Pfff, wat een zin). Ik vind dat een agent een menselijke fout maakt als hij z’n knipperlicht vergeet te gebruiken, z’n rijbewijs per ongeluk thuis laat liggen, de gordel een keer niet omgegespt heeft of per abuis voorrang neemt als een medeweggebruiker van rechts komt.
Ik blijf mijn twijfels houden: mag een agent met meer dan dertig kilometer per uur (ik ben er even achteraan gereden om de snelheid te meten (heel fout van me)) te hard rijden? De agent reed dus harder dan 150 kilometer per uur. Is dat nog steeds een menselijk foutje dat vergelijkbaar is met de spelfout van een leraar Nederlands?
Overigens heb ik nooit beweerd dat fouten maken onmenselijk is.
Sinds vanmiddag half vier heb ik mezelf de volgende vragen gesteld: mag een leraar Nederlands een spelfout maken in een toets? Is het logisch dat een arts die een longpatiënt opdraagt te stoppen met roken zelf een saffie neemt om bij te komen? Hoe geloofwaardig is een diëtiste met enorme overgewicht? Wat als een dominee zijn hoofd stoot tegen de afzuigkap? Mag hij dan binnensmonds vloeken? Kan een jeugdwerker fantaseren over jonge meisjes in balletpakjes?
Vanmiddag om half vier precies reed ik op de snelweg tussen Heerenveen en Leeuwarden. Ik toerde keurig honderdtwintig kilometer per uur. Exact ter hoogte van het Shell tankstation werd ik ingehaald door een politiewagen. Deze reed me zo snel voorbij dat de wagen minstens dertig kilometer te hard moet hebben gereden. Mag iemand die burgers bekeurt voor snelheidsovertredingen zelf veel te hard rijden? Naar mijn idee verliest deze agent al z’n geloofwaardigheid.
Vandaag heb ik maar weer eens ontdekt hoe leuk het internet kan zijn. Het web zit zo geraffineerd in elkaar dat het mogelijk is om via een paar linkjes en muisklikjes in contact te komen met mensen die je jarenlang niet hebt gesproken of gezien.
Vandaag kreeg ik een reactie van Wilfred Kremer op een van mijn teksten. Ik ken hem nog van mijn studietijd aan de NHL. Wilfred is een humoristische jongeman, die waanzinnig goed kan interviewen en nog beter kan schrijven. Via de website van Coen Peppelenbos kwam hij op mijn Log terecht, liet een berichtje achter en zie daar, we hebben weer eens contact. In een ding was ik wel een beetje teleurgesteld: Wilfred was min of meer gestopt met het schrijven van verhalen. En dat is echt heel erg jammer. Hij kan er namelijk nogal wat van.
Wie wil mag hierop reageren: momenteel lees ik ‘Een schitterend gebrek’ van Arthur Japin. Het verhaal komt maar moeizaam op gang. Ligt dat aan mij of aan het boek?